Trek uw stapschoenen aan! 2de zondag in de Veertigdagentijd: Gedaanteverandering (Mc 9, 2-10)


Gedaanteverandering van de Heer – jaar A (6 augustus 2017)

Geliefde broeders en zusters,

Welke Verlosser mogen wij verwachten?

Vandaag is het een bijzondere dag.  Wij trekken onze stapschoenen aan en beklimmen de berg, achter de Heer aan, met de apostelen Petrus, Johannes en Jacobus.  De tocht vraagt wat van ons, de apostelen zijn in iets betere conditie, maar uiteindelijk zijn we er toch geraakt.  Ja, hier op de berg zal Jezus ons zijn ware gelaat laten zien; niet meer alleen aan de drie apostelen, maar aan ons allemaal.

Mozes en Elia zijn volop in gesprek met de Heer.  Toen Mozes met het volk van Israël nog onderweg was en de Heer tot hem sprak in de brandende braamstruik vroeg Mozes zijn Naam.  Wat is uw Naam, o HeerWie zijt Gij? En de Heer antwoordde hem: Ik ben die ben, Ik ben die is, die was en die komen gaat.  Ik ben er voor u.

Onze God wil bij ons zijn, wil zijn tent onder ons opslaan.  Hij is Emmanuel, God-met-ons.  In de Wet, de Torah, aan Mozes gegeven, is Hij temidden van het volk van Israël aanwezig. Hij is aanwezig, voorafgebeeld in profetieën en door de heiligen van het Oude Verbond. Elia zag zijn almacht tegenover de afgoden van de omringende volkeren en ontmoette Hem in het geluid van stilte. Maar eeuwen later wordt Hij geboren, slaat Hij zijn tent op in ons midden: Hij wordt mens. Hij wordt geboren uit de Heilige Maagd. De grote God, die alles schiep en in stand houdt door zijn machtig Woord, wordt mens in stilte van de grot van Bethlehem. Welk een ongelooflijk groot geheim van ons geloof!

God is mens geworden, en blijft toch helemaal God.  Het Woord is vleesgeworden en krijgt een mensennaam: Jezus, wat betekent: God redt.  Ja, Hij zal ons redden, op een andere manier dan politieke leiders dit doen.  Helemaal anders.  Hij overlegt met Mozes en Elia hoe dit zal gebeuren, hoe Hij als de Christus, de Messias, de Gezalfde zal verheerlijkt worden.  Zijn troon zal het glorierijk Kruis worden, dat wij over veertig dagen, op 14 september, zullen vieren.

God is een verrassende God.  Zijn eer en glorie is helemaal anders dan de eer en glorie die wij als mensen gewoonlijk voor ogen hebben.  Wie denkt er nu aan het Kruis als een troonbestijging?  Is dit niet juist de wereld op z’n kop?  Neen, zegt de Heer ons, helemaal niet.  De zonde, de dood, de ellende, het onrecht: dit alles wordt maar overwonnen niet door het te ontwijken, maar wanneer Ik er doorheen kan trekken.  Het Kruis, mijn troonsbestijging, wordt een ‘pascha’, een Pasen, het wordt mijn doortocht van de aarde naar de hemel.  En daar zal ik een plaats voor u bereiden.  Gij zult deelhebben aan mijn glorie, want Ik ben er voor u, Ik bemin u, Ik geef mijn leven voor u, Ik neem u mee, tot waar ik ben, voor eeuwig.  Gij zijt mijn beminde zoon, mijn beminde dochter.

Geliefde broeders en zusters, laten we deze woorden van Jezus, die Hij vandaag op dit feest tot ons richt, goed tot ons doordringen, tot in de diepte van ons hart.  Heel het leven van Jezus, zijn dood en verrijzenis: het is er allemaal voor u persoonlijk, opdat u bij Hem zou kunnen zijn voor eeuwig.  De hemelpoort staat wijd open: de heerlijkheid van de Heer, waar wij door de sacramenten aan deelhebben, is voor ons vandaag zichtbaar, om daarna opnieuw in de verborgenheid te treden.

Vandaag worden er geen drie tenten gebouwd.  Vandaag wijst God ons dé nieuwe ‘tent van de samenkomst’ aan, de nieuwe vindplaats van God te midden van de mensen: zijn vleesgeworden Woord, in wie Hij zijn welbehagen heeft gesteld, Jezus Christus.  Kijken we naar zijn gelaat, naar zijn blik op ons, en laten we zijn liefde voor ons, de liefde van God zelf, helemaal doordringen in ons hart.



Het is die glorie van de Heer die ik wil laten stralen in heel mijn priesterbestaan.  Want God heeft ervoor gekozen om verder tastbaar onder ons aanwezig te zijn in de Eucharistie, in het tabernakel, onder de gedaante van brood en wijn, zijn Lichaam en Bloed.  Hij, de gekruisigde en verrezen Heer, wil zich als voedsel en drank aan ons geven, onder ons wonen en zo zijn mystiek lichaam, de Kerk, vormen en opbouwen.  In de heilige Eucharistie bestijgen wij de berg, samen met de hele Kerk, om er getuige te zijn van God die bij ons is, die ons redt, die een maaltijd aanricht voor ons, met uitgelezen spijzen, opdat wij gesterkt weer zouden kunnen afdalen en ons kruis achter Hem kunnen dragen.

Het feest dat wij vandaag vieren is geen vreemd gebeuren.  Het gaat over ons en over onze roeping om helemaal met God verbonden te leven, om door het doopsel een kind van God te zijn.  Hij toont ons wat ook voor ons is weggelegd en wat zien in het feest dat op 15 augustus gevierd wordt.  Daar gaat het over de Kerk.  Dit is onze toekomst, de vervulling van onze hoop.

Jezus heeft alles vervult door zijn kruisdood en verrijzenis. Ja, geliefde broeders en zusters, de woorden van God de Vader zijn door Jezus ook vandaag tot ons gericht: “Jij bent mijn geliefde zoon, jij bent mijn beminde dochter”.  Luister naar Jezus en Hij zal je doen opstaan”.

Laten wij dus niet terugschrikken wanneer wij neervallen onder het gewicht van het Kruis, wanneer ellende, zonde en dood onszelf en de wereld treft.  Laten we het uiteindelijke heil niet van onszelf maar van God verwachten. 

Laten wij luisteren naar de gekruisigde en verrezen Heer.  Hij alleen is bron van leven en vrede.  Hij heeft de dood overwonnen, ook voor ons.  Niets, absoluut niets, heeft dus het recht om ons angst te bezorgen.  Wij mogen alle hoop stellen op Hem die tegen ons zegt, zoals tegen de apostelen: “Staat op en wees niet bang”.

Toen zij hun ogen opsloegen zagen zij niemand meer dan alleen Jezus”.

Amen.


preek bij de Eremis van E.H. Bosch in de abdij Affligem

Reacties

Populaire posts van deze blog

In memoriam Mgr. Fulgentius Le Roy OSB

Kaas- en wijnavond t.v.v. Jeugdheem Sint-Benedictus: 11 november vanaf 16 u.

Het Bisschoppenhuis, een beknopte geschiedenis